Hier ben ik gestrad, als een cirkel in het zand.
Ik ben op het strand, met de wind in mijn hand.
De zee streelt mijn haren golf na golf, word ik overspoelt met jaren.
Mooier, liever, zachter, dat laat ik vandaag allemaal achter.
Morgen lees ik de golven, maar dan word alles bedolven.
Plots komt er een vloedgolf, de eenhoor’s draven uit de dolf.
Een van de eenhoorn’s zei: “Kom meisje, kom er maar bij”.
Ze verdwenen in de zee, en ik ging mee.
Ze liepen naar een land, vol met zand.
Alles was er prachtig en ook die reuzen krans.
Ooit wil ik terug naar huis, vlakbij mijn muis.
Ik mis jullie allemaal, maar nu ben ik een koraal.
Hier ben ik gestrand als een cirkel op het einde.
Ine







